Contact
Christelijk Instituut de Indon
Albert Neuhuijslaan 1
1401 BW Bussum
035-6917385
Activiteiten
Verbouwing 12-01-'12
Voor de kerstvakantie hebben we kunnen genieten van een indrukwekkende hoogwerker voor de school. De dakkapel is geplaatst en alle overige benodigdheden hiervoor zijn over het dak getild. De werkmensen waren al rond half 7 's ochtend begonnen. De kinderen hebben het laatste stukje nog kunnen meemaken toen zij om half 9 het plein op kwamen. Kijk in het fotoalbum voor een indruk van de hoogwerker.
Ook in school zien we de verbouwing vorderen. In het lokaal waar eerst MB3 zat, is een trap geplaatst. Groep MB2 heeft de trap mogen uitproberen en zij zijn veilig boven gekomen!
In de gang waar BB1 het lokaal had, zijn de twee lokalen al zover klaar dat het stucwerk gedaan is en de schilders dit nu aan het schilderen zijn. Verder hebben we bezoek van de loodgieter en de elektriciteitsmensen. Allen werken er hard aan om de verbouwing volgens de planning te laten verlopen.
Leefmethode
Leerlingenzorg
De leerlingenzorg op De Indonschool is op diverse niveaus geregeld. Op schoolniveau en op groepsniveau.
Naast de directe begeleiding kent de school een Zorgteam.
Om zo goed mogelijk de ontwikkelingen van de leerlingen te volgen vinden er twee keer per jaar besprekingen plaats: de leerlingbespreking.
De Indon heeft pasgeleden voor de sociaal-emotionele ontwikkeling een nieuwe methode aangeschaft: Kinderen en hun sociale talenten. Verder wordt er in de groepen Taakspel gespeeld.
Op schoolniveau
De directie van de school wordt gevormd door de algemeen directeur en de locatie directeur. Zij zijn verantwoordelijk voor het onderwijskundige management en vervullen een voortrekkersrol in het continue proces van streven naar verbetering van het onderwijsproces.
Door een zorgvuldig beleid (financiëel, peroneel en onderwijskundig-inhoudelijk) ontstaan er goede voorwaarden voor kwaliteitszorg. Dit gaat niet alleen over de structuur van de school, maar ook over de cultuur op de Indon.
Op groepsniveau
De leerkrachten zijn degenen die het onderwijs in de klas uitvoeren. In het werken met de leerlingen zullen zij de onderwijsveranderingen uitvoeren. Zij doen dit vanuit een gemeen-schappelijke visie, vanuit gemeenschappelijke kennis (studie) en met een gemeenschappelijk einddoel.
De leerkrachten in het speciaal basisonderwijs ervaren de individuele verschillen en mogelijkheden en zullen het onderwijs in de klas daar zoveel mogelijk op afstemmen. Een constante scholing (o.a. de opleiding voor het Speciaal Basisonderwijs) is bij dit alles noodzakelijk om de nieuwe ontwikkelingen bij te houden. Aan deze scholing wordt ook binnen de school vorm gegeven. Zo zijn er regelmatig zgn. didactische vergaderingen waarin deze gestalte krijgt. Ook de externe nascholingen van de diverse leerkrachten komen op aparte besprekingen terug om zo de deskundigheid van het team uit te breiden.
Het Zorgteam
Naast de directe begeleiding kent de school een Begeleidingscommissie. Deze bestaat uit: de orthopedagoog, de schoolarts, de maatschappelijk werkende, de intern begeleider en de locatiedirecteur. De vergadering wordt voorbereid, genotuleerd en uitgewerkt door de secretaresse. Op verzoek van deze commissie kunnen andere disciplines verzocht worden om de vergaderingen bij te wonen (bijv. fysiotherapeut, logopedist etc.) De begeleidingscommissie komt eens per 8 á 10 weken bijeen. De taken van deze commissie bestaan uit:
• het bespreken van nieuw toegelaten kinderen
• het doen van eventueel extra aanvullend onderzoek
• aanzetten geven tot handelingsplanning bij grotere problemen
• interne verwijzing bespreken (bijv. naar training voor sociale vaardigheid of fysiotherapie)
• eventueel externe verwijzing (bijv. RCKJP/Symfora of het Boddaert-centrum)
• het onderhouden van de contacten met deze instellingen.
Intern begeleider
Zij begeleidt de leerkrachten bij het didactische proces in de groep. Zij heeft de organisatie rond de leerlingbesprekingen en is tevens voorzitter hiervan. Ook ondersteunt zij de uitwerking van het GIP model (een manier van zelfstandig werken). Zij begeleidt , indien nodig, de nieuwe leerkracht(en).
Orthopedagoog
Zij heeft als belangrijke taak de coördinatie van de leerlingzorg en het ondersteunen van leerkrachten bij de pedagogische en/of psychologische leerlingproblemen. Zij doet observaties, psychologisch onderzoek en persoonlijkheidsonderzoek, zij heeft overleg met ouders, leerkrachten en instanties over specifieke hulpvragen, zij heeft de verantwoordelijkheid voor de schoolverlaters-onderzoeken en verzorgt verwijzingen naar andere hulpverleningsinstanties of scholen.
Schoolarts
Vanuit de preventieve zorg onderzoekt zij alle nieuwe leerlingen. Daarnaast verricht zij bij alle leerlingen een tweejaarlijks onderzoek ten behoeve van de gezondheid van het kind. U krijgt daarvoor tijdig een uitnodiging.
School Maatschappelijk Werker
Zij onderzoekt het psycho-sociaal functioneren van het kind (thuis, buurt, school). Zij kan een kortdurend hulpverleningscontact aanbieden of het traject naar andere hulpververleners begeleiden.
Sociaal emotionele ontwikkeling
De Indon heeft voor de sociaal-emotionele ontwikkeling een nieuwe methode aangeschaft: Kinderen en hun sociale talenten. Deze methode is oplossingsgericht en sluit zeer goed aan bij onze SBO-leerlingen en op andere ontwikkelingen zoals PBS. Er is een invoeringsplan voor introductie van deze methode in het schooljaar 2010-2011. Iedere week verzorgen de leerkrachten een les voor hun groep.
Taakspel
Met Taakspel houden leerlingen zich beter aan klassenregels. Daardoor neemt onrustig en storend gedrag af. Leerlingen kunnen dan beter en taakgericht werken. Bovendien ontstaat er een prettiger klassenklimaat. Bij Taakspel besteedt de leerkracht vooral aandacht aan het gewenste (leer)gedrag van de leerlingen en aan een positieve groepssfeer, door veelvuldig complimenten te geven, duidelijke regels en verwachtingen te stellen, consequent te handelen en te handelen op basis van observaties.
Leerlingen spelen Taakspel in teams tijdens de reguliere lessen of activiteiten. De leerkracht bespreekt welke klassenregels er tijdens Taakspel gelden. De leerlingen stimuleren elkaar om zich aan de regels te houden. Alleen dan komen ze in aanmerking voor de beloning, die zij van te voren met elkaar afspraken. Bijvoorbeeld een traktatie of een leuk spel. De leerkracht deelt tijdens het spelen van Taakspel alleen complimenten uit en negeert negatief gedrag.
Onderwijsmodel
Op de Indon organiseren wij ons onderwijs volgens het GIP-model (van Groepsgewijs naar Individuel Planmatig handelen). In dit organisatiemodel zijn voorspelbaarheid, zelfstandigheid en effectief onderwijs belangrijke elementen. De organisatie volgens het GIP-model is in de groepen te herkennen aan bijvoorbeeld de stoplichten in de onder- en middenbouw, de vragenkaartjes en aan de leerkracht die bijvoorbeeld aan de instructietafel kleinere groepjes leerlingen instructie geeft of hulprondes in de klas loopt. Binnen het GIP-model is er een opbouw gemaakt in het zelf plannen door de leerlingen. Wij vinden het belangrijk dat de kinderen hun eigen handelen kunnen sturen en overzien wat zij moeten doen en wat zij hebben gedaan. Bij de lessen voor de basisvaardigheden kennen wij een vaste structuur (terugblik / oriëntatie / uitleg / begeleide inoefening / zelfstandige verwerking / evaluatie / terug- en vooruitblik). Zo wordt er actief nieuwe kennis opgenomen en gekoppeld aan kennis waarover de kinderen al beschikken. Zij krijgen ook kennis over het eigen leren en de vaardigheid om het eigen leerproces te sturen. De leerkracht onderwijst in interactie met de leerlingen die leerinhouden en leerstrategieën die van belang zijn.
PBS
Positive Behavior Support (PBS) (ofwel: Goed gedrag kun je leren) wordt na een
jaar van voorbereiding in september 2010 ingevoerd. Het is een systeem voor de hele school waarbij het doel is om positief gedrag bij kinderen te laten toenemen en gedragsproblemen te laten verminderen. Het einddoel is een positief schoolklimaat, waarin leerlingen, ouders en alle medewerkers van de school fijn met elkaar omgaan en kinderen nóg beter tot leren komen. PBS wordt in 3 jaar stap voor stap ingevoerd op de Indon. Eerst richten wij ons op de gehele school: er worden gedragsregels afgesproken voor alle ruimten: plein, gangen, toiletten, bibliotheek etc. Belangrijk is dat kinderen weten wat er van hen verwacht wordt op de verschillende plekken op school en dat iedereen dezelfde regels gebruikt. De regels worden ook geoefend met de kinderen. Wij gaan er veel te vaak vanuit dat kinderen wel weten welk gedrag wij verwachten bij een regel en hoe ze zich moeten gedragen, maar vaak is dat helemaal niet zo. Daarom wordt er wekelijks een les gegeven rondom gedrag gekoppeld aan de regels. Tot slot wordt het gewenst gedrag overal waar de kinderen komen beloond. Er komt een beloningssysteem dat in de hele school door alle mensen die met de kinderen werken hetzelfde wordt gebruikt. Het systeem bestaat uit beloningskaartjes. Kinderen leren door deze aanpak dat je, als je je goed gedraagt, veel positieve aandacht krijgt in de vorm van complimenten en beloningskaartjes. Deze beloningskaartjes kunnen ze weer inwisselen voor iets leuks: een groepsactiviteit bijvoorbeeld. Door deze aanpak krijgen alle kinderen positieve aandacht, juist ook de kinderen die zich altijd al goed gedragen en wordt de aandacht niet alleen gericht op de kinderen met moeilijk gedrag. Kinderen die moeite hebben zich aan de regels te houden krijgen door dit systeem heel snel positieve aandacht als het hen wel lukt, daardoor neemt het gewenste gedrag ook bij deze kinderen snel toe. Daarnaast worden er ook consequenties afgesproken bij overtreden van de regels. Ook deze consequenties worden in het team op dezelfde manier gebruikt. Dat geeft kinderen duidelijkheid en structuur. Er wordt een systeem afgesproken rondom de pleinwacht en de pleinregels en het belonen van gedrag op het plein.
Het tweede jaar van de invoering van PBS is gericht op het bevorderen van positief gedrag in de klas. De klassenregels worden geoefend en beloond, leerkrachten leren om voor kinderen die meer individuele aanpak nodig hebben om gewenst gedrag te leren, een individueel handelingsplan gedrag te maken en extra hulp te geven aan deze kinderen gericht op het leren van gedrag. Gedrag van alle leerlingen wordt maandelijks gevolgd via een computersysteem, hierin worden bijzondere dingen rondom gedrag bijgehouden. Deze gegevens vormen de basis voor acties in het handelingsplan of aanpassingen in het systeem in de klas of de school.
De laatste fase is gericht op de samenwerking tussen school en thuis: er wordt aandacht besteed aan het bevorderen van positief contact tussen school en ouders en het goed samenwerken met de ouders en/of verzorgers van de leerlingen. Ook wordt het netwerk rondom de school: hulpverleningsinstanties, buurtorganisaties, naschoolse opvang (brede school) dichterbij de ouders gebracht, zodat ouders een beter zicht krijgen op waar ze voor hulp of ondersteuning terecht kunnen.
Binnen de Indon is een gedragsteam samengesteld waarin uit elke groep van de school een vertegenwoordiger zit: onderbouw/middenbouw , bovenbouw , onderwijsondersteunend personeel , directie en intern begeleider. Dit gedragsteam stippelt de route van het invoeringsproces van PBS uit, samen met de bovenschoolse PBS coördinator, die het hele proces begeleidt.
Voor vragen kunt u altijd bij de leerkracht of iemand van het gedragsteam terecht. Ouders zullen gedurende het hele traject regelmatig op de hoogte worden gehouden.
Gedragsregels
Onze school heeft gekozen voor drie basisgedragsregels, de zgn. ‘kapstok’regels.
1. voor groot en klein zullen we aardig zijn
2. de school is voor binnen een wandelgebied, buiten hoeft dat lekker niet.
3. we zullen goed voor de spullen zorgen, dan zijn ze weer te gebruiken morgen.
Bij deze regels gaat het om het volgende:
- Iedere leerling moet zich op school veilig voelen, fijn en waardevol.
- Iedere leerling moet leren de ander en zichzelf te respecteren zoals hij/zij is.
- Een leerling mag een andere leerling niet uitlachen.
- Iedere leerling moet leren begrijpen, dat alle leerkrachten alle leerlingen met het bovenstaande willen helpen.
- Iedere leerling moet storend gedrag hem/haar aangedaan direct melden.
- Op onze school willen wij het verbale geweld, het lichamelijke geweld en uitdagend gedrag terugdringen.
- Het is verboden te vloeken, te schelden, discriminerende taal en kwetsende woorden te gebruiken.
Bij een ernstige overtreding van deze regels krijgt de leerling een ‘gele kaart’ met strafwerk. Dit is een waarschuwingskaart. Bij herhaling of een zeer ernstige overtreding krijgt de leerling een ‘rode brief’ met strafwerk mee naar huis en dit moet thuis door de ouder/verzorger ondertekend worden.
Schorsing/verwijdering: in sommige gevallen is het mogelijk dat een leerling wordt geschorst en zelfs verwijderd. Regels t.a.v. schorsing en verwijdering zijn op te vragen bij de directeur.
Leerlingbespreking
Om zo goed mogelijk de ontwikkelingen van de leerlingen te volgen vinden er twee keer per jaar besprekingen plaats: de leerlingbespreking.
In de eerste maand van het schooljaar wordt hiervoor een rooster gemaakt.
- De leerlingbespreking wordt geleid door de Intern Begeleider. Verder zijn aanwezig: de locatiedirecteur, de groepsleerkracht en de orthopedagoog.
- De groepsleerkracht zorgt voor informatie over de desbetreffende leerling: leerlinggegevens, leerresultaten, testgegevens, leerdoelen, werkhouding en gegevens over sociaal-emotioneel gedrag.
- De groepsleerkracht geeft aan hoe hij/zij de gestelde leerdoelen wil bereiken.
- Er worden afspraken gemaakt, die op een aangegeven tijdstip geëvalueerd worden.
- Wanneer hiertoe aanleiding is, zal de leerling tussentijds opnieuw besproken worden.
- Na de voorjaarsvakantie worden alle leerlingen nogmaals besproken in het bijzijn van alle bovengenoemde ondersteunende medewerkers.
Elke leerling wordt zonodig tussentijds voor herhalingsonderzoek door orthopedagoog/ psycholoog en de psychologische assistent onderzocht (bij vragen of ernstige zorgen ten aanzien van de ontwikkeling van het kind). Ook vindt een herhalingsonderzoek plaats als de aanwezige gegevens verouderd zijn. De ouders moeten voor zo’n onderzoek toestemming geven en de resultaten worden met de ouders en de leerkracht besproken door de psycholoog.
Vanzelfsprekend houden de groepsleerkrachten de vorderingen van de leerling goed in de gaten. Dit doen zij o.a. door observatie en registratie van de dagelijkse schoolse vaardigheden en door het G.S.O. (Groepsgewijs School Onderzoek). De leerlingen worden 2 x per jaar getoetst op: technisch- en begrijpend lezen, rekenen, zowel w.b. bewerkingen als tempo, spelling en taal. De toetsen worden niet alleen naar uitslag bekeken, maar ook geanalyseerd,
d.w.z. er wordt gekeken welke soorten fouten er gemaakt zijn. Aan de hand van de resultaten zal de leerkracht zijn/haar handelingsplan bijstellen.
Ook de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt minimaal één keer per jaar in kaart gebracht door het invullen van een vragenlijst door de leerkracht.
Om een goed overzicht te houden van de vorderingen/stagnaties in de loop der jaren worden alle gegevens (persoonlijke en toetsresultaten e.d.) bijgehouden in de School Vorderingen Lijst.
N.b. Voor het bijhouden van de ontwikkeling van ieder kind is een goede registratie onontbeerlijk. Rapporten, verslagen van onderzoeken en besprekingen, handelingsplannen en toetsgegevens worden in een leerlingendossier verzameld. Deze dossiers bewaren we in een afgesloten ruimte en zijn alleen voor het daartoe bevoegde personeel toegankelijk. Om de privacy zo goed mogelijk te waarborgen hebben wij gedragsregels opgesteld over welke gegevens aan welke personen gegeven mogen worden.










