Ondersteuning


Bijna elke leerling op De Indon is afkomstig van een “gewone” basisschool.

De leerling is na verloop van tijd geplaatst in het SBO. Vaak na een lange weg van zorgen en zoeken. van wikken en wegen.

Via onderzoek is duidelijk geworden dat uw kind om zich te ontwikkelen gebaat is bij een specifieke begeleiding. Als de basisschool daarvoor handelingsonbekwaam is, kan het SBO de passende school zijn.

Als Indon willen we elke (nieuwe) leerling vanaf de eerste dag “kennen”. Weten welke ondersteuningsbehoeften belangrijk zijn. Weten welke kindkansen en risico’s aanknopingspunten bieden. Weten welk onderwijsaanbod passend is.

Daarvoor is het OntwikkelingsPerspectief.

In dit OPP beschrijven we uw kind, het didactische en pedagogische startpunt, het gewenste uitstroomdoel en het “onderwijstraject”.

Oftewel: het ontwikkelingsperspectief, waar we in geloven en waar we voor willen gaan.

Het OPP wordt met de ouders/verzorgers besproken.

  • Aan het begin van het nieuwe schooljaar komen de gestelde doelen ter sprake.
  • Aan het eind van het schooljaar komt aan de orde of de doelen behaald zijn.

U zult begrijpen dat we het erg belangrijk vinden geregeld met u van gedachten te wisselen. Uw kind en zijn ontwikkeling staan centraal. Thuis en school kunnen elkaar aanvullen. Om de beste weg te bewandelen. Om didactisch en pedagogisch de kansen optimaal te benutten.

Binnen de Indon gaan we ervan uit dat de leerkracht de eerst aangewezen professional is voor de leerling.

  1. Ondersteuningsniveau 1 bevat het totale pakket van onderwijs en ondersteuning, dat de meester/juf binnen de groep biedt.Leerlingen werken vanuit hun beheersingsniveau aan de vakken technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen.De leerkracht zorgt voor onderwijs, dat zich kenmerkt door structuur, een passend lesmodel, voorspelbaarheid, consequente aanpak en een positieve benadering.Leerlingen zijn op hun plaats. In een sfeer van welbevinden en betrokkenheid.

    De meester/juf zet extra tijd, middelen, instructie, oefening, … in, als een leerling een (zeer) intensieve aanpak nodig heeft. Soms wordt een leerling met extra ondersteuningsbehoeften gekoppeld aan een (lees)ouder, maatje of een leerling uit een hogere groep (tutor).

  2. Ondersteuningsniveau 2 spreekt de leerkracht aan, als de didactische of pedagogische ontwikkeling vertraagt of stagneert. Ondanks de extra “interventies”. Samen met de IB-er bespreekt de meester/juf de leerling.Samen komen ze tot een plan. Voor een periode van zo ’n 6 weken. Waar nodig worden er aanpassingen in leerstof of aanpak doorgevoerd. Doel is de leerling na dit tijdvak van 6 weken (of 2 x 6 weken) weer binnen “ondersteuningsniveau 1” op te vangen.
  3. Ondersteuningsniveau 3 Het Zorgteam buigt zich over de hulpvraag van de leerling en leerkracht, als de interventies van ondersteuningsniveau 2 onvoldoende effect sorteren. Het Ondersteuningsteam bestaat uit: Directeur, Schoolarts, Orthopedagoge, School Maatschappelijk Werkende, IB-er en indien gewenst andere deskundigen.

Ouders/verzorgers worden te allen tijde betrokken bij de verschillende zorgniveaus!

image